Routes · 5 minuten leestijd
Wie oesters wil begrijpen, moet naar Zeeland. Niet naar een restaurant, maar naar de rand van het water — waar het tij twee keer per dag de tafel dekt.
Yerseke, waar het begint
Alles begint in Yerseke, het enige dorp in Nederland dat volledig om schelpdieren draait. Langs de oesterputten uit 1870 zie je hoe oesters worden opgeslagen in bassins met vers Oosterscheldewater. Loop er rond bij laag water en je ruikt waarom een oester smaakt zoals hij smaakt: naar zout, mineralen en wind.
De Oosterschelde, de moestuin
De Oosterschelde is een van de schoonste getijdenwateren van Europa — en de moestuin van de Zeeuwse oester. De creuses groeien er op percelen die met palen zijn afgebakend, de platte Zeeuwse (de koningin onder de oesters) ligt dieper en is zeldzamer. Elk perceel geeft een andere smaak mee: dat heet merroir, het zee-equivalent van terroir.

Zelf het pad lopen
De mooiste route: begin bij de oesterputten van Yerseke, rijd via de Zeelandbrug naar Zierikzee en eindig bij een oesterschuur waar ze ter plekke worden geopend. Neem de tijd. De oester heeft er zeven jaar over gedaan om op je bord te komen — dan kun jij er een middag voor uittrekken.
Onderweg geproefd en geleerd? Schrijf je in voor Parels voor onderweg — dan hoor je waar het pad verder gaat.
Nieuwsbrief
Inschrijven op de homepage
Verhalen van het pad · oesterpad.nl